Namibie 2014

Namibië deel I

Yes! Het is weer zover, we mogen weer een reis maken. Dit keer gaat de reis naar zuidelijk Afrika, Namibië om precies te zijn.

Onze reis begint in Alphen aan de Rijn, waar we de auto parkeren en naar Schiphol worden gebracht door Sander en Linda. We vliegen met British Airways. Eerst naar Londen, vervolgens naar Johannesburg en als laatst de vlucht naar Windhoek, welke de hoofdstad is van Namibië.
De vlucht verloopt voorspoedig, en na ongeveer 27 uur reizen komen we aan in onze eerste accommodatie. Een guesthouse in Windhoek.      De volgende ochtend vertrekken we om 07:00 om onze auto op te halen nabij het vliegveld. We krijgen een ruime uitleg over hoe alles werkt. De auto is voorzien van een complete kampeeruitrusting en heeft een uitklapbare tent op het dak. Onze reis zullen we uitsluitend kamperen.  Vol enthousiasme verstrekken we naar onze 1e locatie, Kalahari woestijn. De rit begint op een asfalt weg, die langzaam vervaagt naar een grevelweg. Onderweg komen we al diverse dieren tegen. Zoals springbokken, orixen en neushoornvogels.

We verblijven 2 nachten in het Bagatelle Guesthouse. In de ochtend gaan we met een excursie mee over de Bosjesmannen. We krijgen in de taal van de Bosjesmannen uitleg over de tradities en de planten die ze gebruiken als medicijnen. Een gids die Engels spreekt legt het ons daarna allemaal nog eens in het engels uit. Aan het einde brengen we een bezoek aan zo’n dorpje. Hier krijgen we van de chief ook nog een uitleg over een aantal typische Bosjesman gebruiken. En natuurlijk kunnen we hier ook zelfgemaakte souvenirtjes kopen. Van tevoren hadden ze al gezegd dat het een traditionele demonstratie was en dus niet echt, want na afloop zien we de Bosjesmannen weer gewoon in de tuin van het guesthouse werken. In de avond gaan we een cheeta feeding en een sunset doen. We gaan met 2 auto’s naar het cheeta verblijf waar ze 3 cheeta’s hebben. De mensen uit de eerste auto moeten uitstappen terwijl de cheeta’s maar op een paar meter afstand staan, zonder hek ertussen. De nu lege auto leidt de cheeta’s af, zodat het vlees uit de tweede auto gehaald kan worden. Ze krijgen ieder een groot stuk vlees, als ze aan het eten zijn mogen we nog wat dichter bij komen. Het staat niet zo lekker, omdat erachter ons nog 2 lopen die we niet in de gaten hebben. Gelukkig gaat het allemaal goed en gaan we verder naar de sunsetplek waar we een mooie zonsondergang zien.

Van de Kalahari woestijn gaat onze rit verder naar Sesriem/Sossusvlei. De route vandaag bestaat uit alleen maar gravelwegen. Het landschap verandert telkens weer, we rijden ook door een mooie bergpass. Je hoopt er dan toch maar op dat de remmen goed blijven werken. We komen mooi op tijd en zonder problemen aan bij de Sesriem campsite. Een groots opgezette campsite midden in het rode zand. Na een hamburger te hebben verorberd besluiten we het sesriem park in te rijden. Het prak bestaat voornamelijk uit zijn beroemde zandduinen. Kilometers lange duinen passeren we. We spotten vele aantalen Struisvogels, Springbokken, Orixen & een Secretarisvogel. Wanneer de zon begint te zakken besluiten we de duin het dichts bij de campsite te beklimmen. Dit valt enorm tegen. Van elke 2 stappen zak je 1 terug. En de zon brand mooi op je schedel. Na 3 kwartier klimmen bereiken we de top om daar te genieten van een zonsondergang.
De volgende ochtend vroeg uit de veren om de welbekende duin 45 te beklimmen om daar de zon op te zien komen. Ook deze tocht is pittig. Je loopt over de rug van de van de duin, die maar ongeveer 70cm breed is, en je dus ook nog moet focussen waar je je voeten neerzet. We breiken de top precies op tijd voor de zon om op te komen. Het ziet er prachtig uit. Het rode zand, de blauwe lucht en de gouden zon  die zijn kop opsteekt. Na het afdalen van de duin pakken we onze picknick set uit de auto om heerlijk te genieten van ons welverdiend ontbijtje, terwijl we kijken hoe anderen de duin nog aan het opploeteren zijn. Ondertussen laat René zijn drone even uit boven de duin. We zijn benieuwd naar de beelden.       Na de duin reiden we door naar de Deadvlei. Om daar te komen moeten we de bandenspanning flink laten zakken, en de auto in 4 wheel drive zetten. Het is een hobbelige en zanderige weg. Één grote berg stuifzand. Je moet de auto goed op toeren houden om niet vast komen te zitten. Maar we hebben het gered. Na nog een wandeling komen we aan in de deadvlei. Prachtige kleuren. Een vallei midden tussen zandduinen met daarin enkele versteende boomstronken van een tijd dat er nog water was. We zien mensen links van ons de naastliggende duin beklimmen om een mooi uitzicht te krijgen op de vallei. Maar hey… wij hebben een drone! Dus geen duin beklimmen in 40 graden voor ons voor een mooi plaatje.
Na de deadvlei brengen we ook nog een bezoek aan de sossusvlei. Dat een beetje gelijk is aan de deadvlei. We maken hier een korte wandeling, maar houden het al snel voor gezien in de hitte. We besluiten terug te gaan naar de campsite om daar te relaxen aan het zwembad. In de avond bezoeken we nog de naastliggende canyon. Erg mooi, en ook weer volledig uitgedroogd.
De volgende ochtend vertrekken we naar de 2e grootste stad van Namibië, Swakupmunt. We nemen de route die ons leid via een gebied met de naam ,,maanlandschap”. De naam zegt het al, het doet je vermoeden dat je op de maan staat. Aan het eind van de dag komen we aan in Swakopmunt. Hier kunnen we even onze voorraad aanvullen en een dolfijnentour boeken voor de volgende dag in Walvisbay. We sluiten de dag af met een heerlijke BBQ.
’s-Ochtends worden we opgehaald door de catamaran shuttle die ons naar de haven brengt van Walvisbay. Een oude haven waar de Duitsers vroeger actief waren met de walvisvangst. We klimmen aanboord van een grote catamaran. We zijn met 8 personen, wat een mooi klein groepje is. Het is een grauwe dag met zelfs wat miezer regen. Het duurt niet lang of de eerste zeeleeuw komt aan boord van de boot om zijn dagelijks visje te halen, en samen met de gids een demonstratie te geven van zijn kunnen. De zeeleeuw verlaat de boot en word vervangen door een zwerm pelikanen. 2 komen er aan boord om te kijken of er nog wat te halen valt. Het zijn enorme dieren, maar wegen slechts 3 kilo. Verder worden nog vergezeld door een aalscholver, maar dolfijnen? Ho maar. De gids wist ons in ieder geval goed te vermaken.     De ochtend erop laten we de frisse kustplaats achterons om op weg te gaan richting de Twijfelfontein. Onderweg nemen we de afslag naar Cape Cross, een stukje strand dat word bewoond door zo’n 80.000 zeeleeuwen. Het is jammer dat we de lucht die ze produceren niet kunnen meebrengen in dit bericht. Het was niet te harden. Maar indrukwekkend om te zien. Zoveel zoveel zeeleeuwen die nauwelijks de ruimte hebben om te bewegen. Continu zijn er gevechten die een duur hebben van 5 seconden. Over het algemeen liggen ze allemaal vrij rustig op het strand, niet echt spectaculair beeldmateriaal, totdat René begin te zwaaien met zijn armen om ze gedag te zegen. Dit vinden ze zo indrukwekkend dat ze met grote hordes beginnen te rennen richting de zee. Nathalie mooi beeldmateriaal & René een lamme arm.
We vertrekken verder in de richting van Twijfelfontein. Na eindeloze grevelwegen komen we aan bij een campsite nabij de twijfelfontein. We zetten onze tent op en zitten om ons heen te staren naar de diverse uitwerpselen van wilde dieren. Met ons boekje in de hand proberen we te herkenen van welke dieren het afkomstig is, en of we nog wel zo fijn kunnen zitten die avond bij ons kampvuurtje. Op de Olifant na lijkt er niets te frezen. Toch schijnen er cheeta’s en luipaarden in het gebied te zitten.     De volgende ochtend ruimen we onze tent weer op om naar de Twijfelfontein te rijden. Het is maar 20km rijden over grevelweg. Bij de Twijfelfontein krijgen we onze eigen gids die ons vanalles over de fontein te vertellen weet. De Twijfelfontein staat bekend om zijn eeuwenoude rotstekeningen die de Bushmen vroeger maakte om elkaar te vertellen welke dieren ze waar hebben gespot, en welke pootafdruk hierbij hoort. Ook geven ze aan waar waterplaatsen zijn of zijn verdwenen. De tocht duurt ongeveer een uur. Het was erg mooi om te zien.
We vervolgen onze reis naar de grootberg via de Oraganic Pipes & Brandberd. Steen dat keihard is geworden door een vulkaan uitbarsting in de ijstijd en allemaal mooie vormen heeft aangenomen.
De tocht naar grootberg leid ons door gebergten waar we menig wilde dieren spotten. Op één van de steilste berg treffen we 2 Hollanders uit Zwolle die te kampen hebben met autopech. De auto lijkt geen brandstof meer te krijgen. Hier kunnen we niet veel voor ze doen. We besluiten 30 km verder te rijden naar onze camping om daar mensen te regelen om hun te helpen. Dit heeft gewerkt en heeft ons een gratis drankje plus een mooie avond met gesprekken opgeleverd.
Wanneer de dag erna de zon bijna opkomt worden we gehaald door 2 gidsen. We hebben besloten de dure gok te wagen om een trekking te doen naar de zeer zeldzame woestijn olifant. Het is een grote gok. Merendeels komt terug zonder Olifant te hebben gezien, maar wel met een lege beurs. We rijden ongeveer 20 minuten voordat we de afslag nemen om de bush in te gaan. Het is met name een droge bush met alleen maar bomen zonder bladeren. Kunnen Olifanten hier leven? We rijden langs wat boerderijtjes waar de boerderijhouders vriendelijk naar ons zwaaien. We zijn de enige aan boord van de auto, en hebben dus overal ruim de tijd om te kijken. We rijden door droge rivieren, over rotsen, dwars over struiken, langs steile hellingen, maar nog geen Olifant. Dan stopt de auto en één van de gidsen stapt uit om Olifanten mest te bekijken. Het is vers, die vliegen zitten er nog op. Aan de voetstappen kunnen we herleiden dat ze in westelijke richten zijn gelopen, niet zo lang geleden. We rijden nog zo’n kwartiertje en ja hoor! Daar staan ze. Van uit het niets, alsof ze nog geen 5 cm groot zijn duikt er een kudde van ongeveer 20 olifanten op. Het alfa vrouwtje voelt zich bedreigt en maakt zich groot om ons te intimideren. Ze maken met z’n allen een geluid alsof er een vulkaan uitbarst. Deze Olifanten zijn niet gewent aan toeristen. Ze maakt een schijnaanval alsof ze ons om wil gooien. Maar we blijven bevroren staan. Wanneer je vertrekt, of gaat rennen, ben je het haasje. Na een paar minuten word de kudde rustig en accepteert onze aanwezigheid en gaan door met hun dagelijkse activiteiten. Eten eten en nog eens eten. Elke Olifant eet 300 kilo per dag aan takken en boomschors. De groep is divers en heeft ook 4 kleintjes in zijn midden. Eén daarvan is misschien net 2 maand oud en is trots met zijn slurf aan het slingeren, niet wetende wat hij er eigenlijk mee kan. We maken veel foto’s en film materiaal. En na drie kwartier besluiten we de groep weer met rust te laten. Tijdens het starten van de motor doet het mannetje nog een poging ons te intimideren. Uiteraard lukt dat wel. We vertrekken.
Bij onze accommodatie genieten we nog van het kleine zwembadje, waarbij we uitkijken op een mooie zonsondergang. Bij ons kampeer plekje maken we vanavond heerlijke Hollandse macaroni. Na het afwassen gaat René erop uit op een nachtopname van de sterren te maken. Hij verdwijnt in het donker maar komt al snel weer terug nadat we het gebrul van een grote kat hoorden, dicht bij ons plekje. Mogelijk een Cheeta of een Luipaard. We hebben het nog volgehouden om 5 minuten bij ons citronella kaarsje te zitten in het pikke donker, waarna we al snel besloten om maar op bed te gaan (20:00). Snel tanden poetsen, rits open van de tent, en met een grote spong op het bed. BUURT VRIJ! Zo voelde dat ongeveer. Die nacht werden we nog wakker van een dier dat werd afgeslacht.
Dat slaapt een stuk lekkerder, wetende dat het roofdier zijn buik gevuld heeft. Snel weer slapen, want morgen vertrekken we naar Opuwo. Een hooggelegen dorpje waar de Himba stam te bezoeken is.

 

Check onze foto’s!! Klik hier.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers like this: